Welkom,

Gesprek met Miep Cremer
Gesprek met Miep Cremer

Voor het vraaggesprek met mevrouw Miep Cremer moet ik helemaal naar Frankrijk. Helaas krijg ik van de redactie om budgettaire reden geen toestemming om “even” naar Frankrijk te reizen, dus doen we het maar via Skype. Ik hoor een dame met een hele jeugdige stem, waarvan je zou denken dat ze midden 60 is. Niets is minder waar, maar aangezien je een dame niet naar haar leeftijd vraagt, blijft het voor de lezer een raadsel hoe oud Miep Cremer is. Nu zult u zeggen: Miep Cremer? Wie is dat? Maar als ik zeg Miep van Kralingen, dan weet de oudere garde ineens wie dit is. Oh.. Miep van Kralingen, die mevrouw van het borduren!

Niet alleen is mevrouw Cremer een hondenliefhebster, ze is ook fotografe en schildert en wel zeer verdienstelijk. Zoals je kunt zie op haar website: https://miepsatelier.wordpress.com

   

Mieps huis met 4 poezen en haar hondje door haar geschilderd

U bent evenals mw. Wil Van Nuffelen en de heer Arie Booij, vrij lang lid van onze vereniging is. Wanneer bent u precies lid geworden?

Ik ben lid geworden in juni 1974 en van 1975 tot 1981 heb ik de puppybemiddeling en over te plaatsen Drenten gedaan. Ik had het overgenomen van Arie Booij en Frans van Dorp heeft het later weer van mij overgenomen.

Waarom is uw keuze op de Drentsche Patrijshond gevallen?

Ik kende Wil van Nuffelen van de Kynologenclub de Hofstad in den Haag. We volgden daar de AKK cursus o.l.v. Mevr. Brooimans, dierenarts. Ik had toen mijn eerste hond, een bastaard Boxer uit het asiel. Op de gehoorzaamheidslessen had ik ontdekt wat je allemaal samen met je hond kunt doen. Het leek me ook leuk een rashond te hebben om er mee naar tentoonstellingen te gaan. De volgende hond moest dus een rashond worden. Ik had ooit een foto gezien van een mooie rood/witte Ierse setter. Zoiets had ik in mijn hoofd. Mijn man zei: Waarom nemen we niet zo’n hond als Wil heeft. Zij had een nestje, dus zo is het gekomen. Met Wil ben ik ook meegegaan naar een clubmatch van De Hofstad. Daar was John Dijker met zijn Drent Lobke. Hij durfde haar niet voor te brengen en dat heb ik toen gedaan. Ik vond het leuk haar zo mooi mogelijk te showen. Dat keek ik af van anderen. Lobke werd kampioen en toen was ik ook in de wolken net als John. (In het boek van Janny Offereins zegt John dat Hedi van Son Lobke heeft voorgebracht, dat was dus niet zo).

Welke Drenten hebt u zelf gehad?

Mijn Drenten waren:

  1. Solar Minta Diri is helaas maar 17 maanden oud geworden.
  1. Winie, Maras x Tascha van de heer Kuipers uit Meppen. Was niet moeders mooiste en kreeg op de leeftijd van 5 jaar epilepsie. Is daaraan gestorven toen ze 9 jaar was. (epilepticus staticus)
  2. Kampioen Lodi, Kind van Clovis van ‘t Poldertje en …. van de heer Van Schaik uit Lienden, heeft drie nesten gehad. 1. Van Ramses of Full House van de heer Hoorn. 2 van Vedor van de heer Van Schaik uit Lienden.
  3. Kampioen Frone Natali de Kaninefaat. Kind van Kampioen Lodi en Vedor. Heeft drie nesten gehad. Van Dustin, van Eiso de Kaninefaat (van mijzelf) van Antar (van Leen en Hanneke Alberts).
  4. Eiso de Kaninefaat. Kind van Kampioen Lodi en Vedor. Op zesjarige leeftijd bij mij teruggekomen. Is mijn allerfijnste hond geweest. Is als dekreu gebruikt.
  5. In-Dureentje de Kaninefaat. Kind van Kampioen Frone Natali de Kaninefaat en Eiso de Kaninefaat. Is niet mee gefokt omdat ik daar geen tijd meer voor had.
  1. Lester de Kaninefaat. Kind van kampioen Frone Natali de Kaninefaat en Antar van Leen en Hanneke Albers. Is op driejarige leeftijd bij mij teruggekomen. Is ook als dek reu gebruikt.

U hebt dus ook zelf honden gefokt. En ik begrijp dat uw kennelnaam De Kaninefaat is.

Dat is juist. Ik wandelde vaak in de duinen, waar mijn honden regelmatig myxomatose konijnen apporteerden. Konijnenvatters dus. Vandaar “De Kaninefaat”.

Wat hebt u met het karakter van deze honden? Wat vindt u leuk aan het karakter van de Drent en wat zijn de eventueel mindere karaktereigenschappen?

Het leuke van onze Drenten is, dat het echt fijne huishonden zijn. Ze zijn vriendelijk en betrouwbaar. Apporteren doen ze uit zichzelf. Al mijn Drenten hebben in de duinen vaak zieke konijnen bij me gebracht zonder ze te beschadigen. Dat heb ik ze niet geleerd. Twee van mijn honden hebben duiven en kippen die in het water gevallen waren netjes bij mij gebracht. Als ik nog goed ter been was zou ik zo weer een Drent willen hebben. Ik doe het nu maar met mijn kleine oude poedeltje en vier poezen. Verder drie Muskus eenden, drie dwerggeitjes, vijf kippen en een haan.

Hoe staat u tegenover de jacht en hoe tegenover het showen? Kan dit volgens u goed samengaan?

Jacht en showen gaan prima samen. Een kind van mijn Natali, Kenzi the Gloucester is nationaal en internationaal kampioen geworden en heeft jachtprijzen gewonnen. Zelf houd ik niet echt van de jacht. Ik weet dat het nodig is, maar ik houd er niet van om dieren te doden en helemaal niet als dat een sport geworden is.

Ik heb gehoord dat u veel van borduren houdt en daar ook iets mee gedaan hebt voor de vereniging. Kunt u daar iets over vertellen?

Mijn borduurkunst is ontstaan nadat ik door een auto ben aangereden terwijl ik op de fiets zat. In het ziekenhuis werd mijn been met gewichten aan het bed vastgemaakt en daar lag ik de eerstvolgende acht weken. Thuis had ik Winnie van 1 jaar en Lodi van 3 maanden. Ik wilde alleen maar naar huis. De honden zijn in de week opgevangen door mijn vriendin Hedi van Son en in de weekends thuis bij mijn man. Al gauw stond er iemand van de welfare aan mijn bed. Om iets te doen te hebben ben ik gaan borduren. Eerst dus maar mijn eigen honden en daarna nog meer Drenten. Daar heb ik een schellekoord van gemaakt. Toen de lap vol was ben ik begonnen met ontwerpen en borduren van andere staande jachthonden. Ik heb nog een Drent op een groter doek geborduurd met wol. Toen ik weer goed ter been was heb ik nooit meer geborduurd. Het Drentenschellekoord heb ik opgestuurd naar een wedstrijd van Ariadne. Het heeft wel op de tentoonstelling gehangen, maar viel niet in de prijzen omdat men dacht dat het ontwerpen van een bekende Scandinavische ontwerpster waren. Toen ik naar Frankrijk verhuisde, heb ik mijn patronen bij Wil van Nuffelen gebracht om ze aan de vereniging te geven.

Op dit moment is er een discussie gaande over inteelt coëfficiënt en verwantschap coëfficiënt. Dit in het kader van het zeer kleine genenbestand van de Drent. Hebt u hier een mening over?

Vroeger was ik wel voor inteelt en lijnteelt. Als er nare dingen uitkomen dat weet je dat je fout zit, maar je kunt er ook goede eigenschappen mee vastleggen. Nu zijn eigenlijk alle Drenten aan elkaar verwant en als het mis gaat heb je geen alternatief. Ik weet ook niet hoe dat verder moet. Goed selecteren is belangrijk.

Wat is in uw opinie één van de belangrijkste taken van de vereniging?

De belangrijkste taak van de vereniging is om ervoor te zorgen dat de gezondheid van de te fokken Drenten op de eerste plaats komt. Het gaat per slot van rekening om de honden.

U bent geen lid meer van de vereniging, maar bent u wel op de hoogte van de tweedeling in de vereniging en de oprichting van een nieuwe club en zo ja wat is uw mening hierover?

Het is niet handig om twee verenigingen te hebben. Is men niet een beetje te fanatiek bezig? Ook voor het verkleinde genenbestand is het niet goed.

Ik bedank mevrouw Cremer voor het interview en vertel haar dat ik best een beetje jaloers op haar ben. Ze woont in een prachtig deel van Frankrijk in een prachtig huis.

Au revoir madame et je vous remercie.

J.Broekman – Dekker