Welkom,

Vragen en antwoorden
Vragen en antwoorden
  1. Home
  2. Fokkerij
  3. Outcross
  4. Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden over outcross

Soms staan er termen in de vragen en antwoorden waarvan wellicht niet iedereen de betekenis kent. Daarom is een ‘begrippenlijst drentengenetica’ opgenomen, die je hier kunt downloaden:

 
Algemeen over wat outcross is

 

Wat is outcross precies?

Outcross betekent fokken met onverwante dieren. Dus als je het inteeltcoëfficiënt op DNA-niveau berekent kom je uit op 0%. Omdat we met de meeste rashonden fokken binnen een gesloten stamboek zijn alle honden binnen een ras meer of minder verwant en kom je dus nooit op 0%, tenzij je een dier gebruikt uit een ander ras. Outcross wil in de praktijk dus zeggen: fokken met een ander ras.

Waarom doen rasverenigingen outcross?

Omdat outcross de enige effectieve manier is om meer genetische diversiteit te krijgen. En diversiteit is nodig voor de fertiliteit en vitaliteit van een ras. Zonder outcross loopt een klein ras als de Drent op den duur dood.

Kunnen we in plaats van outcross niet beter zorgen dat er gefokt wordt met combinaties met een lage inteelt en met drenten met een lage Mean Kinship?

Fokken met zo laag mogelijke inteeltcoëfficiënt en lage Mean Kinship is altijd een goed idee. Maar daarmee kun je hooguit het stijgen van de inteelt vertragen. Je kunt het niet tegenhouden en al helemaal niet verlagen. Deze tools moet je dus óók inzetten, maar niet als enige oplossing. Dus én lage inteelt, én lage Mean Kinship én outcross. Je moet alle drie doen.

 

Hoeveel outcrossnesten heb je nodig voordat je een positief effect merkt in de genenpool?

Dat hangt volledig van de situatie af. In de eerste en tweede generatie merk je natuurlijk een groot effect maar dat is lokaal in de genenpool. Na een aantal generaties is het effect per hond afgenomen, omdat ze steeds meer volledig Drent worden, maar is het aantal honden dat nieuwe genen heeft gekregen weer wel toegenomen.

Moet je outcross blijven doen of heb je op een gegeven moment genoeg diversiteit?

Je moet het blijven doen. Dat zal voor sommige mensen een obstakel zijn, maar realiseer je dat de stamboeken bij veel rassen pas na WO-II gesloten werden terwijl ze bij een aantal andere rassen nog steeds open zijn. Dat laatste is natuurlijk om de mogelijkheid van vreemd bloed open te houden. En die rassen waren er toen en zijn er nu niet minder om. Het afwijzen van vreemd bloed is een relatief nieuw verschijnsel, dat eigenlijk niet zo’n goed idee bleek. Hoe langer een stamboek gesloten blijft, hoe hoger de inteelt gemeten over alle generaties oploopt en hoe zwakker een ras wordt.

Over de risico’s en hoe je die beheersbaar houdt

 

Krijg je door outcross geen kortharige drenten met rechtopstaande oren en een krulstaart?

Gelukkig niet! We kunnen wat de uiterlijke kenmerken betreft al heel veel voorspellen omdat we weten hoe dingen vererven, en een groot deel is ook domweg te testen. De honden die je kiest om in te kruisen spelen daar natuurlijk ook een rol in. In de eerste generatie krijg je echt een andere hond dan je gewend bent, maar in de 2e en zeker de 3e generatie zie je meestal al geen verschil meer met een oorspronkelijke Drent. Dat hangt natuurlijk ook erg af van het ras dat je kiest om outcross mee te doen.

Kun je voorkomen dat er met outcross nieuwe ziekten het ras in sluipen?

Je kunt nooit voorkomen dat er in een ras tot dan toe onbekende problemen de kop opsteken. Maar die kans is bij outcross net zo groot als bij fokken binnen een gesloten stamboek. Als je de dieren die je gebruikt zorgvuldig kiest, kun je de kans zo klein mogelijk houden, en dat is in sommige gevallen flink kleiner dan wanneer je een raszuivere combinatie fokt. Want als je een dier uit een ander ras kiest dat bijvoorbeeld 9 jaar is, weet je daar al veel van door zijn leeftijd. Als hij ook al een aantal nesten heeft gehad, weet je ook al wat van hoe hij vererft. Kennis die je voor outcross prima kunt gebruiken.

Is het niet een gevaarlijk experiment waarmee je het hele ras in de waagschaal stelt?

Nee, want als je de zaak goed monitort, weet je precies wat er gebeurt. En een dier zit genetisch niet meteen door de hele populatie natuurlijk. Als een resultaat niet voldoet, kun je dan en daar stoppen met dat individu. Juist om zo je populatie te beschermen.

Je kunt de outcrossnesten wel monitoren en bijsturen op uiterlijk, maar hoe zit dat met gedrag en jachteigenschappen?

Je kunt door enquêtes en inventarisatie onder eigenaren ook gedrag en werkeigenschappen monitoren.

Hoe voorkomen we dat we na een aantal generaties toch niet ineens Drenten met een verkeerde kleur of een nieuwe ziekte krijgen doordat we ongemerkt nakomelingen van outcross met elkaar kruisen?

Dat voorkom je doordat dergelijke dingen te testen zijn, bijvoorbeeld met de DNA-test van Embark. Het vraagt wel wat meer nadenken, maar als je test kun je precies voorspellen of er een kans is op een verkeerde kleur of toch teveel verwantschap. En het maakt fokken dus eigenlijk ook interessanter. Je moet als fokker verder denken dan we nu gewend zijn.

Over hoe je het organiseert

 

Kun je als fokker zelf beginnen met outcross of moet dat per se via de vereniging?

Je kunt daar wel zelf mee beginnen, maar dan is het wel lastiger om de nakomelingen als rashond in het stamboek te krijgen. Het is verstandiger als de vereniging het stamboek laat openen. Dan kunnen honden zodra ze voldoende “Drents” zijn, gekeurd worden en opgenomen worden in het stamboek. Anders moet je zelf als individuele fokker via de Raad van Beheer een aankeuring regelen en dat geeft een hoop gedoe. Maar het kan in principe wel.

Kun je als rasvereniging zelf besluiten het stamboek te openen om outcross mogelijk te maken of moet de Raad van Beheer daar toestemming voor geven? Hoe regel je dat? En wat als de andere rasvereniging dat niet wil?

Ja, je kunt dat besluiten, maar je moet er dan vervolgens een plan voor schrijven dat de Raad van Beheer moet goedkeuren. Daarvoor moet je allerlei cijfers over bijvoorbeeld inteelt, ziekten en genetische variatie goed op een rijtje hebben. Dat is alleen maar goed want daardoor worden fokkers zich nog meer bewust van de problemen die er spelen.
Als de andere vereniging het er niet mee eens is, hoeft dat geen probleem te zijn. Je kunt als vereniging zo’n plan gewoon zelfstandig aanvragen.

Na hoeveel generaties mogen nakomelingen van outcross gewoon als Drent meedoen in de fokkerij?

Dat hangt af van de gekozen methode. Als de vereniging een plan indient bij de Raad van Beheer en het hele outcrosstraject uitvoert in samenspraak met de Raad van Beheer, kan een nakomeling in theorie meteen meedoen in de fokkerij. Aan zo’n traject met de Raad van Beheer zijn wel allerlei voorwaarden verbonden en als vereniging verlies je een deel van je zeggenschap. Bijvoorbeeld over welke honden uit een outcrossnest doorgaan in het foktraject. Je kunt dan echter wel gelijk met de outcrosshonden meedoen aan jachtwedstrijden. Als je als vereniging alleen het stamboek laat openen en zelf alles regelt, hetzij als vereniging, hetzij als individuele fokker, mogen honden pas meedoen in de fokkerij nadat ze zijn aangekeurd. Maar welke methode je ook kiest, gezondheid van de honden moet bij outcross altijd centraal staan. En in alle gevallen zal een dier natuurlijk ook aan het fokreglement van de vereniging moeten voldoen.

Over de keus voor andere rassen om in te kruisen

 

Welk ras kies je om te kruisen met de Drent?

Je kunt daar beter meervoud van maken: rassen. Outcross is iets dat je eigenlijk met regelmaat moet blijven doen. Je kunt er rassen voor kiezen die relatief verwant zijn in werk en type, zodat je daar niet meteen veel verliest. Door DNA-testen kun je dan simpel zien of het ras qua genetische diversiteit ook iets toevoegt. Voor de Drent zou je in eerste instantie kunnen denken aan bijvoorbeeld de Franse epagneuls, of misschien een Duits jachthondentype.

Hebben fokkers inspraak in de keuze van honden waarmee via de vereniging outcross wordt gedaan?

Natuurlijk! En dat moet ook want de fokkers moeten het tenslotte doen. Je kunt bijvoorbeeld rassen op een speciaal fokkersoverleg kiezen, zodat je ook met elkaar kan bespreken wat mensen wel of niet willen en waarom.

Wat zijn criteria op basis waarvan je een ander ras kiest om outcross mee te doen?

In eerste instantie zoek je een ras dat niet al te veel afwijkt in bouw en temperament. Een herder is leuk maar heeft wel totaal andere karakterkenmerken, en dat wil je niet in een jachthond.

Je zoekt natuurlijk wel een karakter dat voor een deel in de buurt ligt, met jachteigenschappen maar ook op het vlak van sociaal gedrag.

Is het voor de diversiteit niet beter om juist een heel ander type hond te kiezen die verder af staat van de staande jachthonden? Alle jachthonden zijn tenslotte min of meer aan elkaar verwant.

Dat is waar, maar doordat er jarenlang gefokt is in afgesloten populaties hebben zich specifieke kenmerken en daarmee DNA-patronen ontwikkeld, en die zijn bij elk ras weer anders. Zo kan het gebeuren dat een afgesloten deel van een ras in bijvoorbeeld Australië, die nooit uitwisselen met Europa, na 40-50 jaar een ander beeld laten zien op veel delen van het DNA, terwijl het toch hetzelfde ras is.
Zo werkt het ook met verwante rassen. Ze zijn ooit verwant geweest maar hebben zich apart ontwikkeld en kunnen daardoor toch nieuw materiaal bieden.

Die genetische verschillen zijn meetbaar met een DNA-test, en dat is dus ook wat je moet doen bij dit soort keuzes: laat de diversiteit testen en laat vervolgens de match tussen zo’n hond en jouw ras ook testen. Dan weet je precies wat je doet en of het wat brengt.

Kun je outcross ook gebruiken om de jachteigenschappen van de Drent te versterken?

Ja, je kunt ook gewenste eigenschappen binnenbrengen. Dat is een bijkomend voordeel van outcross.

Over de praktische uitvoering

 

Neem je 1 hond van een ander ras en kies je vervolgens een ander ras, of kies je meerdere honden van 1 ras die je gebruikt voor outcross?

Dat kan allebei. Verschillende rassen zullen meer diversiteit bieden, dus dat is een belangrijk voordeel. Maar als een match bevallen is, kun je best dat ras een keer opnieuw gebruiken. Wel een ander exemplaar natuurlijk.

Kies je alleen reuen van een ander ras of ook teven?

Teven kunnen ook veel bieden, maar de praktijk leert dat dat lastiger is. Want een reu wordt beschikbaar gesteld en meer niet, maar als je een teef van een ander ras gebruikt, moet die eigenaar een nest fokken. Niet iedereen is daartoe bereid.

Kun je genetisch testen welke hond of ras geschikt is?

Ja, dat kan met de Embark-test. Daarmee kun je zien wat de werkelijke inteeltcoëfficiënt van een dier is door het DNA uit te lezen. En doordat je dat zo in beeld brengt, kun je ook de inteeltcoëfficiënt van een bepaalde fokcombinatie voorspellen. Omdat het niet op een handmatige ingevulde database is gebaseerd, maar op het werkelijke erfelijke materiaal van de hond is het een heel volledig beeld en dus heel betrouwbaar.
Met dit soort testen kun je ook kijken wat een combinatie met een “verwant ras” zou brengen. En zo weet je dus veel beter wat je binnenhaalt.

Is er wel genoeg belangstelling voor pups uit een outcrossnest? Raak je ze als fokker wel kwijt? Je moet immers allemaal mensen vinden die er zelf ook mee willen fokken.

Ja, er is zeker belangstelling voor. Dat hebben we deels te danken aan bijvoorbeeld Dier & Recht, die al jaren tegen de consument zeggen dat kruisingen beter zijn. De praktijk leert dat de consument met dit credo in het achterhoofd vaak juist extra belangstelling heeft voor dergelijke pups. En nee, niet iedereen wil fokken, maar er zijn altijd wel mensen die dat wel willen. Bij de lopende outcrossprojecten is dat nog altijd goed gekomen.